LES VI   EEN HISTORISCH OVERZICHT VAN DE METHODIEK LICHTE MUZIEK IN EUROPA EN U.S.A.

21.1 Onderzoek

Wereldomspannende organisaties zoals de “Voice Foundation” in Amerika en Engeland en hier te lande de “Nederlandse Stemstichting” begeleiden de ontwikkeling van de stem in de 20e eeuw. Wetenschappelijk onderzoek naar het fysiologisch functioneren van de stem en de adem is in volle gang. Nieuw is in het begin van deze eeuw het stemgebruik in de lichte muziek. Het begon heel “ongesteund”. En zelfs hierin is alweer een wijziging opgetreden:
een sopraan waagde het vóór 1920 nauwelijks haar zware register in te schakelen; nu is ze daar geheel in verzeild, en geneert zij zich een licht geregistreerd toon te zingen uit angst dat ze “klassiek” klinkt. Zelfs de spreekstem is lager en meer sonoor geworden, men lette op de mediapresentatoren. In archieffilms uit 1963 vallen de hoge spreekstemmen op. Nieuw is zeker de terugkeer van de falsetterende mannenstem na 1950. Door het optreden van deze alti, voornamelijk in Barokmuziek is die uitvoeringspraktijk na 1950 duidelijk veranderd. Er wordt in popmuziek zeer veel in het falset register gezongen.

21.2 Geschiedenis van de musical

Musical is een theatervorm waar ruimte is voor alle muziek- en zangstijlen. Rond de eeuwwisseling kwamen er ongeveer twintig miljoen immigranten in Amerika. Zij namen hun cultuur mee. Er zijn Duitse, Franse, Italiaanse, Spaanse, Oostenrijkse en Nederlandse invloeden geweest in Amerika. Terwijl de Weense operette zonder al te veel moderniseringen de 20e eeuw ingaat met componisten als Leo Fall (“Die Dollarprinzessin”), Franz Léhar (“Das Land des Lächelns”), Robert Stolz (“Zwei Herzen im Dreivierteltakt”) en Emmerich Kàlmàn (“Die Czardasfürstin”), met Ralph Benatzky (“Im weissen Rösl”) en Nico Dostal (“Die Ungarische Hochzeit”), komt uit Amerika de nieuwe musicalstijl Europa binnen.
Wat wij nu uit Amerika terugkrijgen is een mengelmoes van culturen. De musical wordt speciaal ontwikkeld in de theaters van Broadway in New York en de musicals lopen daar soms jaren lang. Zoals in de operette vinden we hier ensembles, gesproken dialoog en ballet. De muziek is vitaal. De uiterlijke glitter van kostuums en decors wordt in de verdere ontwikkeling echter steeds belangrijker en de stem wordt tenslotte heel anders gebruikt dan in de belcanto traditie. Elektronische versterking wordt dan noodzakelijk. De voorzet wordt gegeven door George Gershwin die met zijn Porgy and Bess opzien baart in 1935. Vervolgens verschijnen er tientallen succesvolle musicals zoals van Cole Porter: “Kiss me Kate” 1948 en van Leonard Bernstein: “West side story” 1957. Tegenwoordig is de computer zeer belangrijk. De belichting en het geluid van een programma wordt bijvoorbeeld in de computer geprogrammeerd.

21.3 Methodiek

Toen ik op zoek was naar zangmethodiek van de 20e eeuw, las ik in het boek van Ank Reinders “dat de zangpedagogen van de 20e eeuw niet besproken zijn omdat de vraag wie van hen de historie zal halen door een goed resultaat op pedagogisch gebied of door het te boek stellen van een nieuwe methodische denkwijze over een aantal jaren misschien beantwoord zal kunnen worden”. Wanneer je kritisch uitkijkt naar zanglessen, zijn er zeker pedagogen met overtuigingskracht. Zoek iemand die een gezonde logica heeft en een degelijke vakkennis wat methodiek en repertoire betreft. Daarbij moet de docent gewoon zingen, op een natuurlijke manier. Ik ben van mening dat een goede klassieke techniek altijd ten grondslag moet liggen aan de zangtechniek en dat vond ik bij John Lehman. Hij is één van de Amerikanen die zoeken naar een mogelijkheid hier te werken vanuit hun cultuur. Hier onder volgt een verslag van een lezing die hij hield voor leerlingen van de dansschool van Arnold van Maanen in Amsterdam.

21.3.1 Geschiedenis van de zang in musical

-Klassiek (legit).
Hoe meer klassiek de stem gebruikt wordt, des te meer vibrato er is. Uit “Kismet” komt "Fate" en "Stranger in paradise" de plaatsing is licht voor een tenor met weinig borststem. Het klinkt mierzoet. Er wordt gezongen met volle stem en met vibrato.
Spreken klonk anders dan zingen. Het basis thema is bijvoorbeeld de "Balcone scene" van Maria en Tony uit “West Side Story”. In “Brigadoon” en “Carousel” vindt je ook deze Romeo en Julia verhalen. Oscar and Hammerstein: meestal een “operatic part of singing”. In de oude films werd dikwijls de rol gespeeld door een acteur, terwijl diezelfde rol gezongen werd door een zanger. Uit de “Pirates of Penzance”, is Frederique een tenor en de Pirate King is bariton. Tobias uit “Sweeney Todd” is tenor, “operatic tenor”. Judy Garland was 15 jaar toen ze “Over the rainbow” zong, met een iets hesige kinderstem waarmee ze “belt”. "Show me" van Julie Andrews is legit(amite) of “light classical” singing. Die stijl op Broadway begon met operette. Het repertoire is klassiek bepaald door hoogte of laagte van de toon en de sterkte van de klank, zoals in “Say you love me” uit “The Phantom of the opera ".

- Belt voice.
De roep om een methodiek op het gebied van “belten” is groot, sinds de binnenkomst van de jazz- en popmuziek in het conservatorium, de muziekschool en in de privé zangstudio. Amerikanen spreken en zingen in borststem. In Nederland spreekt men over het algemeen in de kopstem. De stem is flexibel. In de laatste 50 jaar is er veel veranderd op het gebied van stemmen. Vergelijk het met de ontwikkeling van de Olympische Spelen op sportgebied. July Andrews “belte” vroeger niet zo hoog als ze later deed in “Victor, Victoria”. Daar blijft de kopstem contact houden met de spreekstem. Zangers hebben meer mogelijkheden. Ze zingen in het zware register bijna even hoog als in het lichte register. Het liedje van May Bacal: "How to marry a millionaire" is gezongen door een man (Andy Williams). Er werd een mannenstem gebruikt voor een vrouwenrol om de stem donkerder te laten klinken. Patty la Clerc zingt: “How are things in Gloccamora?" met een “belt voice” uit “Finains rainbow” (met Fred Astaire). Wat veranderde waren de karakters, de “personalities” die zongen in de musicals, zoals Gene Kelly in “Singing in the rain”. De microfoons werden beter zodat dansers leadparts in musicals konden aannemen. Alleen in de film, niet op Broadway. Dit bleef lang zo. Veel later maakte Shirley Maclaine films waar ze beroemd mee werd, maar haar rollen werden op Broadway door andere sterren gespeeld. Men wilde dat er op Broadway net zo mooi gezongen werd als in de film en zo werden de kwaliteitseisen hoger gesteld. Zangers hoefden niet meer zo luid hun stem te projecteren als vroeger. Toen waren er grote stemmen nodig op het toneel. Bij audities werden zangers gekozen die hard konden zingen. Frank Sinatra kopieerde bijvoorbeeld musicals als “Pal Joey“ ("Thats why the lady is a tramp”) in film. Paula Rerk, Shirley Maclaine, en Chita Rivera speelden in “West Side Story” taxi girls (meisjes om mee te dansen). Er waren andere karakters nodig, met andere stemmen. Er werden andere verhalen geschreven. Het ging niet meer om een zoet liefdesverhaal. De karakters werden meer gespronken (taxi girls uit “Sweet Charity”). Met veel personality "geen" stem volgens de oude klassieke opvatting "I'm gonna get up, get out and do it.” Uit “Sweet Charity”. Carol Chaning (lower song) "Diamonds are a girls best friend”. Carol Channing was oorspronkelijk gekozen als de zangeres voor de rol van Dolly uit “Hello Dolly”. Streisand was een ster en daarmee werd een kasssucces gegarandeerd. Daarom is zij gekozen. Liza Minelli heeft een grote performance in “Cabaret”, maar de emoties zijn niet te horen in de stem zoals wel bij Diana Ross in “The wiz”. De close up scene is waarschijnlijk in één keer life opgenomen. Uit “Dreamgirls” komt "And I am telling you" waar de zangeres ook zeer hoog “up belt”. “Porgy and Bess": "My man's gone now" voor sopraan. Judas: "Listen Jesus I don't like what I see". Daar is geen vibrato in de stem. De zanger is “scraping vocal chords together at the end, a rocky way”. Scraping is niet zo best voor de stem. Snikken kan wel. "Huby" is “a high black tenor style”, gezongen door Gregory Hines. (Nu deze naam hier geschreven wordt, kan ik nog een voorbeeld geven van de zangtechniek van Tamanti. In “The cotton club” is een scene waar de directeur van de club de tapdanser (gespeeld door Gregory Hines) in de keuken met een hakmes bedreigt, terwijl hij zegt dat hij dit mes gebruiken zal als de tapdanser nog één keer het lef heeft om door de hoofdingang in plaats van de (zwarte) artiesteningang naar binnen te gaan. De tapdanser is woedend en krijgt van een (zwarte) bartender de raad: “Be black and stay black”. Dan zie je de tapdanser snel zijn neus en mond open zetten om in te ademen en terwijl hij even een seconde nadenkt zegt hij fel: “I’ll kill him with my tapshoes”. Dit is zangtechnisch hetzelfde als “vriendelijk glimlachen” maar heeft een totaal andere, felle, scherpe emotie. Indirect “vermoordt” hij de directeur, omdat hij, wanneer hij ziet dat de maffia in de gangen van de club een schietpartij begint, de taproutine herhaalt op het toneel, en door blijft dansen tot de pistool en geweerschoten niet meer klinken. Zo houdt hij ook het publiek in de zaal van de club rustig. In "I got the low down blues" snik je zoals tenoren in de opera. Ook in country and western. Er zijn veel verschillende manieren van zingen. "'t Aint nobodies business if I do" "Vipers drag” (character sound). Ethel Merman:heeft een ijzersterke articulatie en “placement” toonplaatsing.

- Klassiek (legit) en belt voice.
In de Popmuziek (Ik rangschik jazz onder pop omdat deze muziek zich zo snel ontwikkelt dat het steeds meer populair wordt) gebruikt men beide mogelijkheden zo: In "For your eyes only" zingt men eerst laag in kopstem en dan later een octaaf hoger in de borststem. Of pop en rock worden in borststem gezongen. Mannen die in borststem zingen, klinken aan het eind van "Bring him home" uit "Les misérables" vaak als tenor in kopstem. In “With every breath I take” uit “City of Angels” worden lage noten in kopstem en hoge noten in borststem gezongen. De verschillende kleuren van stemmen worden nu door één stem gemaakt.

>